Home / Documentatie / Bestandsbeschrijvingen

Bestandsbeschrijvingen: Bestand 627 Interacties niet bij bep. specialisme

Veld Omschrijving SR1 Lengte2 Type3 Posities
BSTNUM Bestand-nummer 4 N 001-004
MUTKOD Mutatiecode 1 N 005-005
IAKODE Interactie/Waarschuwing code 1O 8(7+1) N 006-013
THDZCO Thesaurusnr. zorggroep 1002 2O 4(4,0) N 014-017
GPDZCO Zorggroep-codering 3O 6 N 018-023
Leeg veld 9 A 024-032
1) SR Sortering van de records, wordt ingevuld achter de records die de sleutels bepalen.
1e positie: 1=hoofdsleutel, 2=secundaire sleutel, enz.
2e positie: O=Oplopend, A=Aflopend
2) Lengte (a,b)=a cijfers voor de komma, b cijfers na de komma.
(a+1)=a cijfers plus 1 controlecijfer.
3) Type AN=Alfanumeriek
N=Numeriek.
TOELICHTING BIJ BESTAND 627

Voor zeer uitgebreide technische informatie: Implementatie Richtlijn Interacties en risico-analyse/status-rapporten en Casus interacties

Met behulp van dit bestand kan een interactie bij voorschrijven door een bepaalde specialist onderdrukt worden. Het signaal moet dan worden onderdrukt als beide interagerende middelen door dezelfde uitgezonderde specialist zijn voorgeschreven. Als dit bijvoorbeeld twee verschillende artsen (binnen hetzelfde specialisme) zijn moet de interactie wel getoond worden.
Het is aan de (ziekenhuis)apotheek om te kiezen of alleen de specialisten zelf worden uitgezonderd, of tevens de artsen in opleiding of zelfs een hele afdeling.

De uitgezonderde zorggroepen zullen door het WINAp niet ingevuld worden. Ze kunnen per (ziekenhuis)apotheek naar eigen inzicht per interactie worden ingevuld. Om een bestand te hebben om de structuur te kunnen vastleggen is precies een koppeling door het WINAp ingevuld. Ook is de bijbehorende thesaurus ingevuld.

De monitoren vlag (IAMONI) kan door de apotheker eventueel als trigger worden gebruikt bij het toekennen van de uitgezonderde zorggroepen aan een bepaalde interactie.


Voorbeeld:
000001 niet-intensieve zorg
000002 intensieve zorg
000003 alle zorg
000302 KNO
000316 Kindergeneeskunde