Home / Documentatie / Bestandsbeschrijvingen

Veld beschrijving: Waarschuwing substitutie en voorschrijven PRK

Veld Omschrijving Lengte1 Type2 Bron3
GPKHVS Waarschuwing substitutie en voorschrijven PRK 6 N WINAp
1) Lengte (a,b)=a cijfers voor de komma, b cijfers na de komma.
(a+1)=a cijfers plus 1 controlecijfer.
2) Type AN=Alfanumeriek
N=Numeriek.
3) Bron De bron geeft aan wie inhoudelijk verantwoordelijk is voor de data die deze rubriek bevat.
Als hierin een getalwaarde (ongelijk nul) is ingevuld, dan verwijst dit nummer naar de thesaurus 1012 uit bestand BST902T. Hierin staat dan vermeld, waarom de voorschrijver moet overwegen om op HPK-niveau voor te schrijven of bij overgang op een andere HPK voorzichtigheid in acht genomen moet worden.

Voorbeelden uit thesaurus 1012
1 Therapiebreedte (VOS-lijst) (niet meer in gebruik)
2 Onvoldoende informatie op PRK-niveau
3 Heeft geen werkzaam bestanddeel (niet meer in gebruik)
4 Therapeutische breedte (was voorheen bio-equivalentie)
5 Therapeutische breedte en bio-equivalentie (nieuw)
8 pH-afhankelijke afgifte systeem (nieuw)
12 Biologische geneesmiddelen (nieuw)


1. Therapiebreedte (VOS-lijst) (oude omschrijving)
Het geneesmiddel is in de VOS-lijst (Voorschrijven Op Stofnaam) met een sterretje vermeld, hetgeen betekent dat deze middelen een smalle therapeutische breedte hebben en niet zomaar gesubstitueerd zouden mogen worden.
Dit zijn de middelen die genoemd worden in het boekje van PAGM de Smet, getiteld "Leidraad geneesmiddelsubstitutie" (uitgave KNMP 1990) op p. XII, alinea 3: De noodzaak om bio-inequivalentie te voorkomen is het grootst bij geneesmiddelen met een geringe veiligheidsmarge, zoals anti-arrhythmica, orale anticoagulantia, anti-epileptica, hartglycosiden, lithiumzouten, oncolytica, theofylline en thyreomimetica.

2. Onvoldoende informatie op PRK-niveau
Het geneesmiddel is op dit niveau onvoldoende omschreven. Dit geldt voor alle allergenen (Allerset, Alutard, Immunovac; soort allergeen, sterkte, instelkuur en vervolgkuur etcetera).

4 Bioequivalentie (oude omschrijving)
De noodzaak om bio-inequivalentie te voorkomen is het grootst bij geneesmiddelen met een geringe veiligheidsmarge, zoals anti-arrhythmica, orale anticoagulantia, anti-epileptica, hartglycosiden, lithiumzouten, oncolytica, theofylline en thyreomimetica.

4 Therapeutische breedte (nieuwe omschrijving)
Het geneesmiddel heeft een smalle therapeutische breedte of een niet-lineaire kinetiek. Hetgeen betekent dat deze middelen niet zomaar gesubstitueerd mogen worden.
Dit zijn de middelen die genoemd worden in de Handleiding Geneesmiddelsubstitutie (www.knmp.nl). De noodzaak is het grootst bij geneesmiddelen met een geringe veiligheidsmarge, zoals anti-arrhythmica, orale anticoagulantia, de klassieke anti-epileptica, hartglycosiden, lithiumzouten, oncolytica, theofylline en thyreomimetica.

5 Therapeutische breedte en bio-equivalentie
Het geneesmiddel heeft een smalle therapeutische breedte. Bovendien is van sommige generieke producten niet gegarandeerd dat het bio-equivalent is ten opzichte van het merkproduct. Hetgeen betekent dat deze middelen niet zomaar gesubstitueerd mogen worden. Dit zijn de middelen die genoemd worden in de Handleiding Geneesmiddelsubstitutie (www.knmp.nl). Alle generieke middelen die voor 1986 zijn geregistreerd en tevens een smalle therapeutische breedte of een niet-lineaire kinetiek hebben.

8 pH-afhankelijk afgiftesysteem
Het geneesmiddel heeft een speciaal pH-afhankelijk afgiftesysteem, dat per product verschillend kan zijn. Hetgeen betekent dat deze middelen niet zomaar gesubstitueerd mogen worden. Dit zijn de mesalazine-bevattende producten die genoemd worden in de Handleiding Geneesmiddelsubstitutie (www.knmp.nl).

12 Biologische geneesmiddelen
Het geneesmiddel is een biologisch geneesmiddel. Hetgeen betekent dat deze middelen niet zomaar gesubstitueerd mogen worden. Dit zijn de biologische geneesmiddelen die genoemd worden in de Handleiding Geneesmiddelsubstitutie (www.knmp.nl).

datum laatste inhoudelijke wijziging
3 juni 2013


Het veld komt voor in: