Home / Documentatie / Bestandsbeschrijvingen

Bestandsbeschrijvingen: Bestand 401 Bijzondere kenmerken (ook op PRK)

Veld Omschrijving SR1 Lengte2 Type3 Posities
BSTNUM Bestand-nummer 4 N 001-004
MUTKOD Mutatiecode 1 N 005-005
PRKODE PRK-code 1O 8(7+1) N 006-013
HPKODE Handels Product Kenmerken (HPK) code 2O 8(7+1) N 014-021
THBYZK Thes.nr. Bijzondere Kenmerken 4 N 022-025
BYZKEN Bijzondere Kenmerk 3O 6 N 026-031
Leeg veld 1 A 032-032
1) SR Sortering van de records, wordt ingevuld achter de records die de sleutels bepalen.
1e positie: 1=hoofdsleutel, 2=secundaire sleutel, enz.
2e positie: O=Oplopend, A=Aflopend
2) Lengte (a,b)=a cijfers voor de komma, b cijfers na de komma.
(a+1)=a cijfers plus 1 controlecijfer.
3) Type AN=Alfanumeriek
N=Numeriek.
TOELICHTING BIJ BESTAND 401 BIJZONDERE KENMERKEN

LET OP : Dit bestand heeft per november 2007 bestand 400 vervangen.

Het bestand bevat voorschrijf- en handels-producten (PRK's en HPK's) met koppeling aan 1 of meer bijzondere kenmerken. Deze diverse kenmerken laten zich beschrijven in informatieregels, die iets zeggen over een product. De diverse informatie varieert per kode bijzonder kenmerk BYZKEN(voorheen NIVRL2). Een omschrijving van het bijzonder kenmerk is per kode opgenomen in thesaurus 72 van bestand BST902T.

In dit bestand worden alle kenmerken gekoppeld op PRK-niveau.
Soms worden echter kenmerken ook alleen op HPK-niveau gekoppeld, daar deze niet op PRK-niveau gekoppeld kunnen worden.

Hieronder volgt uitleg over de verschillende bijzondere kenmerken.

001 Bevat stof aangewezen als vergift PW 1980;115:1653 (vervallen per 01-08-2016)
Het handelsproduct bevat als een bestanddeel een vergift, aangewezen ingevolge artikel 1, eerste lid, onder B, van het besluit vergiften in apotheken en ziekenhuizen 1973 (Stb. 1973,55). De controleregeling vergiften bij bereiding van geneesmiddelen, die op 1 januari 1980 in werking is getreden, berust op de artikelen 20 en 26 van het besluit uitoefening artsenijbereidkunst (B.U.A.). Deze artikelen verwijzen naar het besluit vergiften. Zie Pharmaceutisch Weekblad 1980;115:1653-7. Het kenmerk is ingevuld bij alle producten die een vergift bevatten. Producten met dit kenmerk hebben in bestand 030 de letter P in de rubriek code vergift (HPKGIF).

002 Product valt onder Opiumwet in volle omvang................(voorheen code O)
003 Product valt onder Opiumwet met beperkingen (cod.)....(voorheen code C, vervallen per 1-11-2007)

065 Product valt onder Opiumwet; afhandeling als UR ..........(voorheen code R)
107 Grondstof valt onder Opiumwet in volle omvang
Bij producten met kenmerk 2 moeten volgens de opiumwet bepaalde regels in acht worden genomen, waaronder recepteisen, administratie van recepten, ontvangst en aflevering. Zie hiervoor de Opiumwet.
Producten met kenmerk 65 worden genoemd in de Opiumwet, maar de bijzondere regels zijn hierbij niet van toepassing. Het betreft hoofdzakelijk benzodiazepinen (zogenaamd Lijst II middelen) en enkele opioïden onder een bepaalde dosisgrens.
Grondstoffen met kenmerk 107 moeten volgens de Opiumwet bepaalde regels in acht worden genomen. Zie hiervoor de Opiumwet op wetten.overheid.nl. De producten di met deze grondstoffen worden gemaakt, vallen ook onder de Opiumwet, deze producten vallen echter onder het bijzonder kenmerk 65 "Product valt onder Opiumwet; afhandeling als UR"

004 Patient voorlichten over gebruik (eerste aflevering) (vervallen per 01 -08-2016)
Bij de eerste uitgifte van deze producten is het belangrijk extra voorlichting te geven.

005 Plotseling staken kan een risico opleveren (vervallen per 01-08-2016)
Bij deze producten kan het riskant zijn onmiddellijk te stoppen met het gebruik.

006 Niet onverdund intraveneus toedienen
Deze producten hebben als toedieningsweg parenteraal of intraveneus in combinatie met een tweede toedieningsweg; intraveneuze toediening is echter alleen mogelijk na verdunning.
N.B. Het wordt niet gekoppeld aan producten die per definitie verdund moeten worden (concentraat voor inj.vlst., concentraat voor oplossing voor infusie).

007 Product moet klaargemaakt worden voor aflevering
Producten met dit kenmerk moeten voor aflevering aan de patient in de apotheek in hun definitieve farmaceutische vorm worden gebracht.
Voorbeelden: antibioticumsuspensies, bepaalde oogdruppels.

008 Product heeft anticholinerge werking (vervallen per 01-08-2016)

009 Voor toediening merken met pertechnetaat Tc 99m (vervallen per 01-08- 2016)
067 Voor toediening merken met indium In 111 (vervallen per 01-08-2016)
079 Voor toediening merken met yttrium Y 90 (vervallen per 01-08-2016)


010 Product heeft sedatieve werking (vervallen per 01-08-2016)
Producten bevatten stoffen die een sedatieve werking hebben. Het kenmerk kan gebruikt worden om patientgroepen die gevoelig zijn voor de sedatieve werking (ouderen) te controleren.

011 11 t/m 28 Houdbaarheidsgegevens
Per ingang van 1-5-2003 vervallen.

029 Product afleveren in kinderveilige verpakking
Per 1-8-2008 vervallen.
BK 029 ‘Product afleveren in kinderveilige verpakking’ was gebaseerd op het Besluit kinderveilige verpakkingen geneesmiddelen. Op 1 augustus 1990 werd dit Besluit van kracht. Bij de invoering van de nieuwe Geneesmiddelenwet per 1 juli 2007 zijn alle uitvoeringsbesluiten die bij de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening hoorden komen te vervallen. Hieronder valt ook het Besluit Kinderveilige verpakkingen. In de nieuwe Geneesmiddelenwet, het Besluit Geneesmiddelenwet en de Regeling Geneesmiddelenwet zijn geen bepalingen over di onderwerp meer opgenomen. Daarom is dit Bijzondere kenmerk vervallen.

030 Experimenteel geneesmiddel of serviceproduct
Dit kenmerk wordt toegekend aan alle producten in de productgroep EP. Het kan gebruikt worden als extra waarschuwing.

031 Patient heeft mogelijk grieprisico (nivo 1)
034 Patient heeft (onofficieel) grieprisico (nivo 0)
041 Mogelijk grieprisico – Trombocytenaggregatieremmer
045 Mogelijk grieprisico - Betalactamaseresistente penicilline

Bovenstaande Bijzondere kenmerken m.b.t. grieprisico zijn per 1 september 2008 vervallen. Deze Bijzondere kenmerken hebben geen rol meer in traceren van patiënten die in aanmerking komen voor de griepprik.

032 Patient heeft mogelijk grieprisico
033 Patient heeft grieprisico
046 Mogelijk grieprisico - Influenzavaccin
087 Mogelijk grieprisico - Weerstandsverlagend middel

In overleg met het NHG zijn per 1 september 2008 de Bijzondere Kenmerken herzie die bedoeld zijn om patiënten te traceren die in aanmerking komen voor de griepprik. Dit hangt samen met het beschikbaar komen van de Implementatierichtlijnen Bijzondere Kenmerken: Grieprisico, die eveneens in overleg met het NHG zijn opgesteld (zie www.z-index.nl, G-Standaardbeschrijvingen, functioneel).
Dit betrof in eerste instantie de kenmerken 032, 033 en 046. Per 1 mei 2009 is op verzoek van het NHG kenmerk 087 hieraan toegevoegd.

035 Houdbaarheidsgegevens (na afleveren):
Vervallen per 1 november 2008.

036 Vervallen: Kankerverwekkend/reprotoxisch; registreren
Product bevat een stof die kankerverwekkend en/of reprotoxisch is; gegevens van dit product moeten worden opgenomen in het Register voor kankerverwekkende en reprotoxische stoffen.
Voor meer informatie zie LNA-procedure H01-1 "Kankerverwekkende en reprotoxische stoffen, omgang en registratie". Vervallen sedert november 2003.

037 Vervallen: Kankerverwekkend/reprotoxisch (Niveau-2 stof); geen registratie verplichting
Product bevat een stof die kankerverwekkend en/of reprotoxisch is; gegevens van dit product behoeven echter niet te worden vermeld in het Register voor kankerverwekkende en reprotoxische stoffen.
Voor meer informatie zie LNA-procedure H01-1 "Kankerverwekkende stoffen, omgang en registratie". Vervallen sedert november 2003.

038 Product bevat een radioactieve stof. (vervallen per 01-08-2016)

041 Mogelijk grieprisico - Trombocytenaggregatieremmer
Product met een salicylaat in lage dosering dat niet op grieplijst B mag verschijnen als het gebruikt wordt door een kind onder de 4 jaar. Product heeft ook kenmerk 31.
Bovenstaande Bijzondere kenmerken m.b.t. grieprisico zijn per 1 september 2008 vervallen. Deze Bijzondere kenmerken hebben geen rol meer in traceren van patiënten die in aanmerking komen voor de griepprik.

052 Houdbaarheidsgegevens (na afleveren):
Vervallen per 1 november 2008.

053 Dosering: 3 dd 1 pipet tot streepje ..kg (lich.gewicht). (vervallen pe 01-08-2016)
Waarschuwing dat de dosering niet in de gebruikelijke eenheden moet worde opgegeven. Is opgenomen bij het handelsproduct Augmentin druppels.

054 Produkt is bereid uit menselijk bloed


055 Houdbaarheidsgegevens (na afleveren):
Vervallen per 1 november 2008.

056 t/m 061 Bewaartermijn 0, 1, 2, 3, 5, 10 jaar.
Dit zijn de bewaartermijnen voor grondstoffen, opgenomen in de LNA-procedure P04-2 : "Grondstoffen bewaring".
Per 1-1-2006 vervallen.

062 Kort houdbaar bloedproduct


063 Lang houdbaar bloedproduct - albumine en immunoglobulinen


064 Lang houdbaar bloedproduct - (excl. albumine/immunoglobulinen)
Producten, bereid uit menselijk bloed. De codes zijn opgenomen op verzoek van ziekenhuisapothekers t.b.v. de Regeling Bloedproducten 4 oktober 1993 GMV/G 932765 (Staatscourant dinsdag 12 oktober 1993, blz. 8-10). In artikel 9 staat dat voor deze producten bij gebruik in ziekenhuizen een speciale administratie moet worden gevoerd, waarop de klinisch chemicus e de ziekenhuisapotheker toezicht dienen te houden.
Zie verder Pharm Weekbl 1993;128(47):1406

065 Product valt onder Opiumwet; afhandeling als UR
Zie verder beschreven bij bijzonder kenmerk 002 en 003 (Opium)

066 Product heeft wisselende sterkte c.q. prijs. (vervallen per 01-08- 2016)
Producten met dit kenmerk zijn bloedproducten in de vorm van poeder voor infusievloeistof, waarvan de sterkte afhankelijk is van de charge en waarbij de prijs afhankelijk is van de sterkte. De producten hebben dus geen vaste prijs, maar een prijs per eenheid, welke als zodanig niet in d G-Standaard kan worden opgenomen.
Voorbeeld: AAfact injpdr flacon ca 250 IE.

075 Voor de voortplanting giftige stof; registreren
076 Bevat voor de voortplanting giftige stof; niet registr.
077 Kankerverwekkend stof; registreren
078 Bevat kankerverwekkend stof; niet registreren
098 Mutagene stof; registreren
099 Bevat mutagene stof; niet registreren
De Bijzondere kenmerken Kankerverwekkende, voor de voortplanting giftige en mutagene stoffen (Arbo) zijn bedoeld voor de (ziekenhuis)apotheek of de apotheekhoudende huisarts, voor het maken van lijsten om de zorgverlener te ondersteunen bij het voldoen aan de wettelijke verplichtingen tot (aanvullende) registratie van kankerverwekkende, voor de voortplanting giftige en mutagene stoffen.
Zie de implementatierichtlijnen Bijzondere kenmerken op www.z-index.nl, G-Standaard.

080 LIM-geneesmiddel (Lareb Intensive Monitoring)
Producten met dit kenmerk worden door Lareb gevolgd in het kader van het opsporen van bijwerkingen bij nieuwe geneesmiddelen, het zogenaamde Lareb Intensive Monitoring Program.
Aan dit kenmerk zijn afhandelingsteksten gekoppeld die op het scherm dienen te verschijnen bij voorschrijven of afleveren van deze producten in de eerste lijn.
Zie verder in de implementatierichtlijnen mbt dit Bijzondere Kenmerk op www.z-index.nl, G-Standaard.

081 Weesgeneesmiddel; zie www.farmanco.knmp.nl (vervallen per 01-08-2016)
Via dit kenmerk wordt de zorgverlener erop gewezen dat dit product een weesgeneesmiddel is en waar meer informatie te vinden is. Producten met dit kenmerk zijn door de EMEA aangewezen als weesgeneesmiddel.
Informatie over o.a. verkrijgbaarheid en vergoeding zijn te vinden op www.farmanco.knmp.nl.

082 Specialistisch geneesmiddel; zie Zorgprotocol KNMP
Per 1 maart 2008 het Bijzonder kenmerk ‘Specialistisch geneesmiddel; zie Zorgprotocol KNMP’ geïntroduceerd. Specialistische geneesmiddelen zijn geneesmiddelen waarbij specifieke zorg, service en ondersteuning is vereist, wat veelal regionaal of landelijk wordt gecoördineerd (zie ook bijv. KNMP. Unieke levering. Pharmaceutisch Weekblad 2007;42:23).
Het doel van dit Bijzondere kenmerk is om het signaleren van een specialistisch geneesmiddel mogelijk te maken en de zorgverlener te verwijzen naar de plaats waar meer informatie te vinden is over bijvoorbeeld de benodigde zorg (het Zorgprotocol Specialistische geneesmiddelen op de KNMP Kennisbank).
Zie de implementatierichtlijnen Bijzondere kenmerken: Specialistische geneesmiddelen, te vinden via www.z-index.nl, G-Standaard.

083 Let op toxiciteit methotrexaat: extra controle
088 Let op dosering & mogelijk stopperiode oncolyticum

Per 1 december 2008 is het Bijzonder kenmerk ‘Let op toxiciteit methotrexaat: extra controle’ geïntroduceerd en per 1 mei 2009 het Bijzondere kenmerk ‘Let op dosering & mogelijk stopperiode oncolyticum’.
De aanleiding voor het opnemen van Bijzondere Kenmerk 083 is het feit dat bij d Inspectie voor de Gezondheidszorg verschillende meldingen binnen zijn gekomen van overdosering van methotrexaat, in sommige gevallen met fatale afloop [Inspectie voor de Gezondheidszorg. Waarschuwingsbrief Methotrexaat, 15-07-2008]. Hierbij was veelal de fout dat de weekdosering als dagdosering werd uitgegeven. De inspectie verwacht dat voorschrijvend artsen en apothekers adequate maatregelen nemen om vergelijkbare calamiteiten in de toekomst te voorkomen.
Het Bijzondere Kenmerk 088 is opgenomen omdat in de praktijk problemen blijken op te treden doordat de stopperiode niet in acht wordt genomen bij oncolytica met kuurschema’s met een stopperiode. Verder is door de Inspectie gewezen op calamiteiten veroorzaakt door de toediening van een verkeerde dosering cytostatica. Deze Bijzondere Kenmerken met bijbehorende teksten dienen ter ondersteuning voor zorgverleners.
Zie de implementatierichtlijnen Bijzondere kenmerken:‘Tox.Methotrexaat’, te vinden via www.z-index.nl, G-Standaard.
De implementatierichtlijn voor kenmerk 88 komt binnenkort beschikbaar via www.z-index.nl, G-Standaard.

084 Capsule mag zo nodig open; korrels heel doorslikken
Per 1 februari 2009 is het Bijzonder kenmerk ‘Capsule mag zo nodig open; korrel heel doorslikken’ geïntroduceerd.
Dit kenmerk is gekoppeld aan alle geneesmiddelen met de farmaceutische vormen ‘capsule met gereguleerde afgifte’ en ‘maagsapresistente capsule’ waarvan de capsule open mag. Deze informatie werd voorheen uitgeleverd als Etikettekst.

Bij het LNA is een elektronisch handboek voor orale middelen in ontwikkeling, waarin deze informatie zal worden opgenomen. Tot die tijd is het voldoende dat apothekers de informatie kunnen vinden op de KNMP Kennisbank. Implementatie van dit Bijzondere kenmerk in de software is daarom niet direct noodzakelijk.
Zie de implementatierichtlijnen Bijzondere kenmerken:‘Capsule mag open’, te vinden via www.z-index.nl, G-Standaard.

085 Uitwisselen Reden van voorschrijven noodzakelijk
Per 1 maart 2009 het Bijzonder kenmerk ‘Uitwisselen Reden van voorschrijven noodzakelijk’ geïntroduceerd.
Dit kenmerk is opgenomen naar aanleiding van de ontwikkeling van het EMD-plus door Nictiz. Nictiz heeft in 2008 een programma van eisen voor het EMD-plus opgesteld, dat in 2009 in een pilotfase met softwarehuizen verder ontwikkeld za worden. Om deze pilot te kunnen ondersteunen, is dit kenmerk opgenomen. De implementatie van dit kenmerk zal tijdens de pilotfase van Nictiz worden vastgesteld, tot die tijd is geen implementatierichtlijn beschikbaar en hoeft het kenmerk nog niet in het (Z)AIS of HIS te worden geimplementeerd.

086 Let op zwangerschapspreventieprogramma
Per 1 maart 2009 is het Bijzonder kenmerk ‘Let op zwangerschapspreventieprogramma’ geïntroduceerd.
Dit kenmerk is gekoppeld aan alle geneesmiddelen met isotretinoine, lenalidomid en thalidomide. Het doel van dit bijzondere kenmerk is om medicatiebewakingsignalen m.b.t. zwangerschapspreventieprogramma’s mogelijk te maken en het afhandelen, vastleggen en controle ervan door de zorgverlener te ondersteunen. Zo wordt voorkomen dat een geneesmiddel waarvoor een zwangerschapspreventieprogramma van kracht is, wordt voorgeschreven en afgeleverd zonder de juiste maatregelen.
Het is de bedoeling dat dit bijzondere kenmerk bij het aanschrijven door de zorgverlener op het scherm verschijnt.
Zie de implementatierichtlijnen Bijzondere kenmerken:‘Zwangerschapspreventie prog.’, te vinden via www.z-index.nl, G-Standaard.

089 Bij dit geneesmiddel grapefruitsapfolder meegeven
102 Pas op met citrusvruchten: geef folder mee.
Per 1 december 2009 is het Bijzonder kenmerk 'Bij dit geneesmiddel grapefruitsapfolder meegeven' geïntroduceerd. Per 1 februari 2013 is ook het Bijzonder kenmerk 'Pas op met citrusvruchten: geef folder mee' opgenomen in de G-Standaard. Bijzonder kenmerk 089 is gekoppeld aan alle geneesmiddelen die de etikettekst 'Pas op met grapefruitsap, lees folder' hebben. Bijzonder kenmerk 102 is gekoppeld aan alle geneesmiddelen met de etikettekst 'Pas op met citrusvruchten lees folder'. Het doel van deze kenmerken is om de zorgverlener erop te attenderen de juiste grapefruitsapfolder mee te geven. De folder 'Grapefruit(sap) en grotere kans op bijwerkingen van uw medicijn' wordt meegegeven bij middelen waarbij gebruik van grapefruitsap tot een verhoog risico op bijwerkingen van het geneesmiddel leidt, maar waarbij het niet nodig is om gebruik van grapefruitsap helemaal te ontraden. Deze folder informeert de patiënt over de mogelijke gevolgen en wat te doen om een verhoogd risico op bijwerkingen te voorkomen. De folder 'Grapefruit(sap) en sinaasappel(sap) en kans op verminderde werking van uw medicijn' wordt meegegeven bij middelen waarbij gelijktijdig gebruik van grapefruitsap of sinaasappel(sap) kan leiden tot een verminderde werking van he middel. Deze folder informeert de patiënt over de mogelijke gevolgen en wat te doen om een verminderde werking te voorkomen. Het is de bedoeling dat deze bijzondere kenmerken bij het aanschrijven door de zorgverlener op het scherm verschijnen. Zie de implementatierichtlijnen Bijzondere kenmerken 'Folder grapefruitsap en folder citrusvruchten', te vinden via www.z-index.nl, G-Standaard.

090 Doorgeleverde bereiding: ratio onvold. onderbouwd [vervallen]
091 Doorgeleverde bereiding: ratio niet beoordeeld [vervallen]
Deze kenmerken zijn per medio 2012 komen te vervallen.

092 Laxantia bij opioïdgebruik
093 Antithromboticumgebruik bij nitraten
094 Antimycotica bij inhalatiecorticosteroïden
095 Maagprotectie bij NSAID-gebruik
Per 1 maart 2010 zijn de bovengenoemde bijzondere kenmerken geïntroduceerd.
Deze kenmerken zijn opgenomen in het kader van het ondersteunen van de kwaliteitsindicatoren. Nieuw ten opzichte van alle eerder opgenomen bijzondere kenmerken is dat de keuze of het kenmerk wel of niet getoond moet worden, gebaseerd is op medicatie die juist wel of juist niet in de actieve medicatiehistorie voorkomt.
Het doel van dit kenmerk is om de zorgverlener erop te attenderen dat een midde dat moet zijn toegevoegd ontbreekt (nr 092, 093 en 095), of dat een middel word toegevoegd dat mogelijk ter bestrijding van een bijwerking is bedoeld (nr 094). Het is de bedoeling dat deze bijzondere kenmerken bij het aanschrijven door de zorgverlener op het scherm verschijnt.
Zie de implementatierichtlijnen Bijzondere kenmerken '' op www.z-index.nl, te vinden via www.z-index.nl, G-Standaard.

095 Maagprotectie bij NSAID-gebruik
Per 1 maart 2010 zijn de bovengenoemde bijzondere kenmerken geïntroduceerd.
Deze kenmerken zijn opgenomen in het kader van het ondersteunen van de kwaliteitsindicatoren. Nieuw ten opzichte van alle eerder opgenomen bijzondere kenmerken is dat de keuze of het kenmerk wel of niet getoond moet worden, gebaseerd is op medicatie die juist wel of juist niet in de actieve medicatiehistorie voorkomt.
Het doel van dit kenmerk is om de zorgverlener erop te attenderen dat een midde dat moet zijn toegevoegd ontbreekt (nr 092, 093 en 095), of dat een middel word toegevoegd dat mogelijk ter bestrijding van een bijwerking is bedoeld (nr 094). Het is de bedoeling dat deze bijzondere kenmerken bij het aanschrijven door de zorgverlener op het scherm verschijnt.
Zie de implementatierichtlijnen Bijzondere kenmerken '' op www.z-index.nl, te vinden via www.z-index.nl, G-Standaard.

096 inhalatie instructie
Het doel van dit Bijzonder kenmerk is om zorgverleners erop te attenderen dat bij het afleveren van inhalatiemedicatie inhalatie-instructie wordt gegeven. Daarnaast is het belangrijk dat vastgelegd kan worden of deze instructie is gegeven of niet, de koppeling van dit Bijzonder Kenmerk aan het ZRS vergemakkelijkt het vastleggen van deze afhandeling.
Zie de implementatierichtlijnen Bijzondere kenmerken '' op www.z-index.nl, te vinden via www.z-index.nl, G-Standaard.

097 Let op: kwaliteitseisen IGZ schildklierpoeder
Het doel van dit kenmerk is om zorgverleners erop te wijzen dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) aanvullende eisen stelt aan het voorschrijven en ter hand stellen van preparaten met dierlijk schildklierpoeder.
Zie de implementatierichtlijnen Bijzondere kenmerken '' op www.z-index.nl, te vinden via www.z-index.nl, G-Standaard.

100 Gezondheidsrisico bij bereiden: kijk in RiFaS
101 Gezondheidsrisico bij bewerken: raadpleeg info
De Gebruikersraad Openbaar Apothekers van Z-Index (GROA) heeft verzocht om signalering bij (handelsproducten met) risicovolle stoffen. Bij verwerken van deze grondstoffen of handelsproducten zijn bijzondere beschermingsmaatregelen nodig voor de zorgverlener die de verwerking uitvoert. Om te bepalen welke bijzondere beschermingsmaatregelen nodig zijn, kan de apotheker gebruikmaken va de webapplicatie 'Risico-instrument Farmaceutische Stoffen' en/of het digitale naslagwerk 'Oralia VTGM' van het Laboratorium der Nederlandse Apothekers.
De Bijzondere Kenmerken m.b.t. Gezondheidsrisico bij verwerken geven aan voor welke grondstoffen of handelsproducten bijzondere beschermingsmaatregelen nodig zijn.
Zie de implementatierichtlijnen Bijzondere kenmerken '' op www.z-index.nl, te vinden via www.z-index.nl, G-Standaard.

103 Let op risicomedicatie: Dubbel paraferen
Het Bijzonder Kenmerk ‘Let op risicomedicatie: Dubbel paraferen’ ondersteunt he toepassen van de ‘veilige principes in de medicatieketen’ zoals deze door de KNMP samen met ActiZ, NVZA en Verenso (specialisten in de ouderengeneeskunde), BTN (branche organisatie thuiszorg), LHV, NHG, LOC (landelijke cliëntenorganisatie), NPCF en V&VN (verzorgende en verplegende Nederland) zijn vastgesteld, zie verder www.knmp.nl. Deze ‘veilige principes’ zijn opgesteld voor de care-sector en houden in dat bepaalde risicovolle medicatie die niet in een GDS-verpakking (zakjes, deeldozen etc) zit, voor toediening door een (thuis)zorgmedewerker dubbel gecontroleerd moet worden. Meestal betekent dit een dubbele paraaf op de toedienlijst. Maar elke andere implementatie waarmee een dubbele controle aangegeven kan worden voldoet uiteraard ook aan deze ‘veilige principes’.
Zie de implementatierichtlijnen Bijzondere kenmerken '' op www.z-index.nl, te vinden via www.z-index.nl, G-Standaard.

104 Interacties nog niet beoordeeld
105 Contra-indicaties nog niet beoordeeld
Het doel van deze twee bijzondere kenmerken is zorgverleners erop te attenderen dat de interacties en/of contra-indicaties bij het desbetreffende geneesmiddel nog niet beoordeeld zijn.
Als geneesmiddelen met een nieuwe stof worden opgenomen in de G-Standaard, is het niet altijd mogelijk om alle interacties/contra-indicaties binnen één maand uit te zoeken vanwege de beperkte beschikbare literatuur en omdat de betrokken werkgroepen (met zorgverleners uit de praktijk) 'slechts' 1x per 2 maanden vergadert. Zorgverleners zijn zich hier niet altijd van bewust. Zorgverleners gaan er dan onterecht vanuit dat het geneesmiddel ondersteund wordt met interactie- of contra-indicatiebewaking. Daarom zijn op verzoek van deze zorgverleners het bijzondere kenmerken geïntroduceerd.

106 Ziekenhuisverplaatste zorg

Let op! Dit kenmerk is vervallen per 1-3-2017. Verschillende specialistische geneesmiddelen zijn verplaatst van de extramurale aanspraak farmaceutische zorg naar de intramurale geneeskundige zorg: de zogenaamde overheveling. De overgehevelde geneesmiddelen worden niet meer vergoed vanuit het GVS (geneesmiddel vergoeding systeem) maar vanuit het ziekenhuisbudget. Omdat overgehevelde geneesmiddelen niet meer vanuit het GVS worden vergoed, staan deze geneesmiddelen in het apotheeksysteem vermeld als zijnde 'niet vergoed'. Veel van deze geneesmiddelen worden onder de verantwoordelijkheid van een specialist buiten het ziekenhuis gebruikt. Hier is dan sprake van ziekenhuisverplaatste zorg. Op het moment dat een patiënt een dergelijk geneesmiddel bij de openbare of poliklinische apotheek komt ophalen i het voor de apotheker soms niet duidelijk of het gaat om ziekenhuisverplaatste zorg, of dat het geneesmiddel voor eigen rekening komt van de patiënt.

Het bijzonder kenmerk 'ziekenhuisverplaatste zorg' geeft de mogelijkheid om de apotheker een signaal te geven op het moment dat er een middel wordt aangeschreven dat mogelijk in aanmerking komt voor ziekenhuisverplaatste zorg. De apotheker kan dan desgewenst informatie ophalen bij de voorschrijver/specialist om afspraken te maken over de declaratie.

Zie de implementatierichtlijnen Bijzondere kenmerken '' op www.z-index.nl, te vinden via www.z-index.nl, G-Standaard.