Home / Documentatie / Bestandsbeschrijvingen

Bestandsbeschrijvingen: Bestand 642 Doseringen Uitzonderingen op Basis

Veld Omschrijving SR1 Lengte2 Type3 Posities
BSTNUM Bestand-nummer 4 N 001-004
MUTKOD Mutatiecode 1 N 005-005
GPDBAS Dosis-basisnummer 1O 10 N 006-015
GPDID1 Identificerend volgnummer 2O 3 N 016-018
GPDZTH Thesaurus Zorggroep-codering (BST901T; 1002) 4 N 019-022
GPDZCO Zorggroep-codering 6 N 023-028
ICPCNR1 ICPC1-nummer 8 N 029-036
ICPCTH Thesaurus Verbijzondering (BST901T; 1000) 4 N 037-040
ICPCTO Verbijzondering 6 N 041-046
ICPCNR2 ICPC2-nummer 8 N 047-054
ICDNR10 ICD10-nummer 8 N 055-062
GPKTTH Thesaurus afwijkende toedieningsweg (7) 3 N 063-065
GPKTWG Toedieningsweg code 3 N 066-068
GPDCAT Dosis-categorienummer 10 N 069-078
Leeg veld 18 A 079-096
1) SR Sortering van de records, wordt ingevuld achter de records die de sleutels bepalen.
1e positie: 1=hoofdsleutel, 2=secundaire sleutel, enz.
2e positie: O=Oplopend, A=Aflopend
2) Lengte (a,b)=a cijfers voor de komma, b cijfers na de komma.
(a+1)=a cijfers plus 1 controlecijfer.
3) Type AN=Alfanumeriek
N=Numeriek.
Voor zeer uitgebreide technische informatie: Implementatie Richtlijn Doseringen, Eenheden (incl. omzettingen)

Met dit bestand bepaald u uiteindelijk met welke doserings-gegevens(BST643T) u uiteindelijk aan de slag gaat om de doseringsbewaking uit te voeren.

Methodiek voor het bepalen van GPDCAT
1. U bepaalt eerst de standaard waarde van GPDCAT. (GPDBAS is ingevuld, GPDID1=1)
2. U bepaalt of de evt. volgende identificerende nummers specifiek in uw omgeving van toepassing is. (maw. Een specifieke zorggroep, een ICPC code voor reden van voorschrijven of een afwijkende toedieningsweg) Is dit het geval dan vervangt de woorde GPDCAT in de bijbehorende waarde.

Met de variabel GPDCAT kunt u nu de juiste doseringsgegevens vinden in bestand BST643T

Afwijkende toedieningsweg
=========================
De toedieningsweg is in principe gelijk aan de toedieningsweg van de GPK. In dit geval wordt deze hier niet ingevuld. Als bij een GPK meerdere toedieningswegen mogelijk zijn, welke een verschillende dosering hebben, dan wordt deze "andere" toedieningsweg, vanuit de thesaurus, hier ingevuld. Tijdens de doseringscontrole moet dan naar de toedieningsweg gevraagd worden.

Voorbeeld:
==========
Decadron injvlst 4mg/ml ampul 1ml heeft in de G-Standaard toedieningsweg "parenteraal".
Onder de "parenterale" toedieningweg wordt bij dit voorbeeld ook de intra-articulaire, intrabursale, intramusculaire en intraveneuze toedieningsweg bedoeld.
Bij elk van deze toedieningswegen hoort een andere dosering.



				BST640T	     Centrale ingang op GPK
				   |
				   |1
    			>GPKODE	   |
				   |1..N
				   V
				BST641T	     Controle op eventuele verfijning
				   |	     voor bv een lager niveau (PRK/HPK)
				   |1	     (denk aan bv retard-problematiek)
    			>GPDBAS	   |	     of intramuraal
				   |1..N
				   V
				BST642T	     Controle op eventuele verfijning
				   |	     door bv ICPC, specialist of
				   |1	     afwijkende toedieningsweg
    			>GPDCAT	   |
				   |1..N
				   V
				BST643T	     Controle op eventuele verfijning
				   |	     door frequentie en patienten
				   |1	     kenmerken (leeftijd, gewicht
    			>GPDDNR	   |	     en lichaamsoppervlakte)
				   |1
				   V
				BST644T	     Norm/absoluut minimum en maximum
				   	     (ook per kg en m2)


Implementatie richtlijnen: zie G-Standaard-beschrijvingen / functioneel